Hieronder kunt u een aantal tips nalezen die tijdens de theorieles besproken worden en die u op weg kunnen helpen bij het opvoeden van uw hond. Natuurlijk kunnen we hier niet alle dingen op papier zetten en er zullen best nog zaken ontbreken. De trainers staan altijd open voor tips en suggesties en jouw problemen.

Klik op een van de onderstaande links om naar de desbetreffende uitleg te gaan:



Tips voor een gezonde relatie tussen baas en hond

Bij veel 'probleemgedrag' bij honden speelt een onduidelijke rangorde een rol. In een roedel wolven of wilde honden is de rangorde van levensbelang. Want een roedel zonder leider kan niet lang voortbestaan. Als jij een hond in huis neemt, dan heeft die hond net zo'n behoefte aan een leider als zijn in het wild levende soortgenoten. De leider, dat ben jij!

Omdat wij vaak de honden zien als onderdeel van het gezin en niet als hond wordt er nog wel eens meer credit gegeven dan goed is voor de hond. Dat uit zich in inconsequent gedrag van de baas en logischerwijze ook van de hond. Dit inconsequente gedrag is vaak het begin van een potentieel probleem. Inconsequentie wordt gezien als het niet leiding kunnen geven en de hond kan op zo’n moment het initiatief gaan nemen en zelf roedelleider willen worden. Er hoort nu eenmaal één roedelleider te zijn.
Sommige honden kunnen dit heel goed maar andere zijn hier duidelijk niet voor gemaakt. Deze honden worden onzeker en soms zelfs neurotisch. Andere honden zijn van huis uit al wat dominanter, en die hebben minder problemen. Maar als de hond de baas wordt in de eigen roedel ontstaat er meestal wel allerlei ongewenst gedrag. Dat kan variëren van onzindelijkheid tot regelrechte agressie tegen alles en iedereen. Het is dus zaak dat de eigenaar van de hond het niet zo ver laat komen. Dat kun je het beste doen door je als roedelleider te gedragen. Een zeer aan te bevelen manier daarvoor is om de voorrechten, die aan de roedelleider zijn voorbehouden, op te eisen. In de praktijk blijkt wel dat dit vaak moeilijker kan zijn dan verwacht.
Toch zijn er enkele dingen die je heel gemakkelijk in de gaten kunt houden om te voorkomen dat jij je plek als roedelleider moet afstaan. We zetten ze hieronder even voor jou op een rijtje. Natuurlijk weten we dat het op papier gemakkelijker is. En dat het uitvoeren wel eens problemen met zich mee kan brengen. Hiervoor kun je ons, als trainers, altijd om raad vragen.

de volgende richtlijnen zijn bedoeld als hulpmiddel bij het bepalen van de rangorde tussen jou en je hond. Als je problemen hebt met agressief of angst gedrag van jouw hond dien je hulp te zoeken bij een deskundige trainer of gedragsbegeleider. Deze richtlijnen kunnen nooit hun advies vervangen!

  • De roedelleider gaat altijd als eerste door een deur (of nauwe doorgang).
    De roedelleider hoort van nature aan te geven dat het veilig is voor de anderen om te volgen. Dit kan natuurlijk alleen als de roedelleider als eerste door een deur gaat. En daarna het teken geeft aan de hond dat het veilig is om te volgen. Deze regel gaat altijd op als je samen door een deur gaat, zowel naar binnen als naar buiten. Natuurlijk is dit het makkelijkst te oefenen als de hond aan de lijn is.
  • De roedelleider bepaalt de richting.
    De roedelleider bepaalt in welke richting er gelopen wordt. Ook op bekende plaatsen waar de hond eigenlijk de route op zijn duimpje kent. Het is goed om af en toe op bekende plekken juist eens linksaf te gaan als je eigenlijk altijd rechtsaf gaat. Zo leert je de hond om altijd op jou te letten, dat hij niet zijn eigen gang kan gaan. Als je hond los loopt en je merkt dat de hond geen aandacht voor jou heeft, is het goed om eens de andere kant op te lopen en vanuit je ooghoeken de hond de in de gaten te houden.
  • De roedelleider bepaalt de snelheid.
    De roedelleider bepaalt hoe snel (of hoe langzaam) er gelopen wordt. Jij bepaalt of de hond mag snuffelen of zich mag ontlasten of niet. Gaat de hond langzamer lopen, geef dan niet toe. Gaat de hond snuffelen, ook dan niet toegeven. Beter is het om dan even door te lopen, daarna te stoppen en de hond toestemming te geven om te snuffelen.
  • De roedelleider eet altijd als eerste.
    Natuurlijk is het moeilijk als de jonge hond nog meerdere malen per dag eet. Het is dan toch goed om even iets kleins te eten alvorens de hond zijn maaltijd ontvangt. Onthoudt ook dat een hond nooit iets van tafel mag krijgen maar altijd het eten in de voerbak dient te ontvangen. Dus een extraatje mag best, maar dan liever in de bak en niet rechtstreeks van tafel.
  • De roedelleider bepaalt of, wanneer en hoelang er gespeeld wordt.
    De roedelleider geeft aan wanneer er gespeeld wordt, hoe lang er gespeeld wordt en vooral wanneer er gestopt wordt. Als de hond met een speeltje naar je toe komt is het aan jou om te bepalen of je er wel of niet op in gaat. Ga je er op in, let dan op dat jij het spel beëindigd. Het einde van het spel is altijd het moment dat de hond er nog zin in heeft. Let op bij trekspelletjes. Dit is een manier om te kunnen groeien in rangorde. Voor onzekere honden is het goed om eens een spel te winnen. Hierdoor bouwen ze zelfvertrouwen op. Voor dominantere honden is het beter als de baas wat vaker wint. Let wel: het laatste spel win jij altijd!
    Merk je dat de hond tijdens het spel gaat grommen en zijn tanden laat zien stop dan onmiddellijk met het spel zodat de hond merkt dat jij toch echt de baas bent.
  • De roedelleider bepaalt of, wanneer en hoe lang er aandacht gegeven wordt aan de hond.
    Heel verleidelijk is het natuurlijk voor een hond om lekker om aandacht te vragen op het moment dat de baas op de bank zit. Maar bazen, let op! Het gebeurt te vaak dat je gaat aaien en dan niet eens in de gaten hebt dat de hond al weer weg is gegaan, of is gaan liggen. Zo heeft de hond zowel bij de start als bij het einde het initiatief in handen. Dus je mag er op best op ingaan, maar dan is het wel taak aan jou als baas om zelf te stoppen. Omdat je daar vaak wat meer moeite mee hebt, is het dus beter om het gedrag te negeren en de hond bij je te roepen op het moment dat jij daar zin en tijd voor hebt en ook te stoppen op het moment dat jij wilt stoppen.
  • Denk goed na voordat je jouw hond op de bank (of bed) laat.
    Jij bepaalt, als roedelleider of een hond op de bank mag. Pas op; iets wat vandaag mag, mag in de ogen van de hond morgen ook. Een hond weet niet dat het alleen wel mag als hij schoon is en niet mag als hij in de modder heeft gerold. Wees dus consequent. Of het mag wel, of het mag niet. Maar altijd pas nadat jij toestemming hebt gegeven. Omdat je nog niet weet of je pup wel of niet in rangorde op wil klimmen, en je dus ook niet weet of je wel of geen problemen gaat krijgen, is het beter om de hond op de grond te laten. De hond heeft immers zijn eigen lekkere mand waar hij prima mee tevreden is.


Opvoeden of trainen

Er is een verschil tussen opvoeden en training. Ga je met het opvoeden van je hond aan de gang, dan ben je dus bezig met onder andere wandelen zonder trekken, aaien, zindelijk maken, leren wat wel en niet mag. Ga je trainen met je hond dan ga je commando’s leren zoals: zit, af, sta, enz.
Er is dus een wezenlijk verschil tussen opvoeden en trainen. Als nieuwe roedelleider zijn er dus in de eerste weken vooral opvoedkundige problemen waar je tegenaan loopt. We geven je graag nog wat tips om je op weg te helpen:

  • Aaien.
    Het aaien is voor de hond natuurlijk een fijne beloning. Aaien blijft leuk zolang jij als baas de controle houdt. Dat kan door zelf te bepalen wanneer en hoe lang er geaaid wordt en vooral wanneer er weer gestopt wordt. Jij bepaalt als roedelleider wanneer je stopt en niet omdat de hond aangeeft er geen zin meer in te hebben. Gebeurt dit wel dan is het goed om even te stoppen, daarna nog een paar aaien te geven en dan te stoppen vóór de hond weer begint te protesteren. Dan houd je het initiatief in eigen hand.
    Tijdens het aaien is het goed dat je alles kunt aanraken. Dus oren, poten, staart, buik. Natuurlijk moet dit worden opgebouwd en kan niet alles in een keer.
  • Borstelen.
    Borstelen is voor het ene ras meer van toepassing dan voor het andere maar het goed om de hond vanaf jonge leeftijd te laten wennen aan het fenomeen borstel. Gebruik wel altijd een goede borstel. Een goede dierenspeciaalzaak of een hondentrimmer kan je hiervoor informeren. Tijdens het borstelen is het belangrijk dat je in de gaten houdt dat jij, als roedelleider, stopt als jij dat wilt. Niet op het moment dat de hond gaat protesteren. Stop je wel op zo’n moment dat leert de hond, dat wanneer hij iets niet leuk vindt hij het kan laten stoppen door heel hard te protesteren. Houd dus zelf in de gaten wanneer je moet stoppen.
    Maak een borstelbeurt leuk, zodat de hond het niet erg vindt. Begin er vroeg mee en beloon de momenten dat het goed gaat dan heb je daar later veel profijt van.
  • Gehoorzaamheid.
    Tijdens de gehoorzaamheidslessen leer je de hond van alles. Vanuit een basis zit, af of sta tot aan commando's op afstand en het uit zicht gaan. Het is belangrijk tijdens die oefeningen, dat je jezelf aanleert om de hond een commando te geven op het moment dat je ook zeker bent dat de hond het uitvoert. Wen je de hond er niet aan om meerdere commando's te krijgen. Dan leert de hond dat hij niet meteen hoeft te reageren na één keer want er komt nog een commando en wellicht nog een en nog een……
    Het is ook belangrijk om de hond pas een commando te geven op het moment dat de hond daadwerkelijk kan reageren. Je kunt je voorstellen dat een spelende hond het veel te druk heeft om maar enig gehoor te geven aan een baas die roept dat hij moet gaan zitten. Dus pas commando's geven op het moment dat je ook de aandacht van de hond hebt. Nog steeds problemen?
    Dan is het goed om na te gaan waarom de hond niet reageert na een commando. Daar gaan we tijdens de training verder op in.


Zindelijkheid

Als je puppy bij je thuiskomt, is hij zo rond acht weken oud. Eigenlijk is hij dan al zindelijk; hij weet dat hij zijn eigen nest niet mag bevuilen. Dat komt door dat de moeder de troep opruimt totdat hij vijf weken oud is. Dan stopt zij daarmee en gaat de pup vanzelf steeds verder van het nest zijn behoefte doen.
Nu moet jij hem leren dat het hele huis als nest telt, en dus niet alleen zijn bench of mandje. Zodra de pup wakker wordt moet hij plassen en soms ook poepen. Houdt hem goed in de gaten, als hij wakker wordt, pak hem dan op en neem hem mee naar buiten. Als hij buiten zijn behoefte doet, prijs hem dan uitbundig. Straf hem nooit voor een vergissing binnenshuis en zeker niet als je niet gezien hebt. Hij weet namelijk enkele seconden later al niet meer dat hij zojuist binnen geplast heeft. Zie je hem binnen plassen, straf hem dan niet maar pak hem dan meteen op en neem hem mee naar buiten. Als hij daar zijn plas afmaakt, beloon hem dan. Probeer ervoor te zorgen dat de nachten kort zijn voor je pup. Laat hem 's avonds laat nog uit en 's morgens vroeg weer. Als hij gegeten heeft, zet hem dan ook even buiten. Vergeet niet je puppy te belonen als hij het goed doet.
Let wel, je hond heeft zijn lichaamsbeweging hard nodig, dus wandel en speel vaak met hem. Als de hond niet voldoende moe (gemaakt) wordt, gaat hij binnen op ontdekkingsreis en zoekt je meubels, schoenen of andere spullen uit als speelgoed.

Je hond zindelijk krijgen is dus voornamelijk een kwestie van goed op hem letten, hem wijzen waar hij dan wel mag plassen, prijzen en belonen als hij het goed doet en negeren als hij eens een vergissing gemaakt heeft.

Nog een tip: neem als je met je hond gaat wandelen altijd zakjes mee zodat je zijn poep op kunt ruimen. Andere mensen vinden het namelijk niet leuk, al die poep op de stoep. Zelfs al is er een hondenuitlaatplaats in de buurt van je huis, kan het zijn dat je pup dat niet haalt. Dan is het wel zo netjes om het op te ruimen, dat doe je tenslotte binnen ook!